Debat 2013

Erkenning, educatie en aandacht voor de gezamenlijke geschiedenis van Nederland.

Dit is de gemene deler uit het driehoeksdebat in de raadzaal, dat stichting Herdenking Slavernijverleden Zoetermeer en stichting Kakina donderdagavond organiseerden. Als onderdeel van vele activiteiten in Zoetermeer rond viering van de afschaffing van de Nederlandse slavernij 150 jaar geleden, discussieerden vijf vertegenwoordigers van de Antilliaanse gemeenschap, vijf van de Surinaamse en vijf van de ‘Hollandse’ gemeenschap over een aantal stellingen.

Pijn bij de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap zit vooral in het gebrek aan Nederlandse erkenning en aandacht voor de slavernij en de gevolgen ervan voor álle bevolkingsgroepen. “Er zijn mensen gebrandmerkt, mishandeld, verkracht”, zei Natalie Wanga, politiek journalist en trainer. “Dit systeem van Atlantische slavernij is erger dan slavernij in vroegere tijden”, stelde de Zoetermeerse ondernemer Elvis Biekman. “Vroeger ging het om onderwerping, maar was er nog enig menselijk respect. Bij de slavernij in Suriname en de Antillen werden mensen echter als ondermensen gezien die je mag exploiteren.” Slaven werden gebrandmerkt, als handelswaar gezien en kregen geen onderwijs over eigen geschiedenis, taal en cultuur

Volgens Edsel Selberie, docent en beeldend kunstenaar, gaat de impact van de slavernij verder dan het leed dat destijds is veroorzaakt. “Zwarten hebben last van posttraumatische stress.” Onder hen zou een structureel minderwaardigheidsgevoel leven ten opzichte van blanken, die eeuwen als superieur werden gepresenteerd. “Terwijl degene die de slavernij heeft overleefd juist respect verdiend.” Maar ook de blanken zijn geraakt door de slavernij: ofwel met een telkens terugkerend racisme ofwel door gewetenswroeging.

In aansluiting op Wanga, die aan het begin van het debat al een pleidooi hield voor aandacht op scholen voor de slavernijperiode, riep voorzitter Diane Vlet van de stichting Herdenking Slavernijverleden Zoetermeer op tot herstelbetaling in de vorm van structureel geld voor educatie over het onderwerp. Dat zou erkenning betekenen voor de collectieve geschiedenis van alle Nederlanders.
Uitgerekend 150 jaar na de afschaffing wordt de enige Nederlandse leerstoel over slavernij (één dag per week aan de Universiteit van Amsterdam) bedreigd door rijksbezuinigingen. Dit jaar staat de gemeente Amsterdam nog garant voor de 15.000 euro. “Waarom brengt de Surinaamse en de Antilliaanse gemeenschap dat zelf niet gewoon op”, wierp PvdA-raadslid Krishna Autar op. “Nee”, antwoordde Elvis Biekman direct. “Dan zonderen we ons weer af van de Nederlandse samenleving. Het is een gezámenlijke geschiedenis. Daarom zou Nederland zo’n leerstoel moeten betalen.”

-advertenties-

-goede doel-