Ellen van Son (45) is een warme, hartelijke vrouw die je ontvangt met een kopje koffie of thee in de praktijkruimte. Daar staat een grote flipover met uitleg over het wederkerig en het wederkerend werkwoord. “Dat was nog van de huiswerkbegeleiding van gisteren”, zegt Ellen, “met mijn Jongeren- en Huiswerkbegeleiding Integer help ik scholieren met hun huiswerk en tegelijkertijd help ik ze opbloeien als mensen.” Net als een orchidee, de favoriete bloem van Ellen. “Een orchidee lijkt van buitenaf op een andere orchidee, maar als je naar het hart van de bloem kijkt, dan is geen enkele bloem gelijk.” Ellen knikt naar haar drie orchideeën op de kast. “Dat is ook zo met mensen.”
Ellen is begonnen met de huiswerkbegeleiding doordat haar zoon het nut van huiswerk maken niet inzag en de motivatie miste om het te maken. Ze vond dat er meer zin gegeven kon worden aan huiswerk. Ellen ging op zoek naar passende hulp voor haar zoon, maar die kon zij niet vinden in de reguliere huiswerkbegeleiding. Vanuit die ervaring startte zij haar eigen huiswerkbegeleidingspraktijk waarbij zij huiswerk betekenis geeft voor jongeren. “Ik leer scholieren bijvoorbeeld dat ze een keuze hebben. Ze moeten naar school, maar de keuze ligt in hoe ze zich daar gedragen. Welke houding nemen ze aan op school: gaan ze met hun kont tegen de krib of halen ze het beste en het leukste eruit? Ik ben er echt trots op dat ik dit gestart ben en dat ik scholieren help die het nodig hebben.”
“Voor ik een scholier aanneem in de huiswerkbegeleiding, houd ik eerst een intakegesprek.” In dat gesprek zegt Ellen tegen de leerling en zijn ouders dat resultaten de uitkomst zijn van talent, mogelijkheden en motivatie. Ze vertelt dat ze de scholier kan helpen om achterstanden in te halen en kan leren hoe hij of zij moet leren. Maar ze kan niet helpen met de motivatie. Dat moet van de scholier zelf komen: “Die knop kan ik niet omdraaien, dat moet de scholier zelf doen. Samen maken we daar een plan van aanpak voor.”
Vijf en een half jaar geleden is Ellen aan de slag gegaan als zelfstandig ondernemer. Eerst werkte zij voor TNO als wetenschappelijk onderzoeker, vervolgens coachte zij startende onderzoekers. Dit vond ze zo leuk dat ze een vierjarige Hbo-opleiding zingeving en spiritualiteit volgde. “Daar heb ik geleerd om betekenis te geven aan wat mensen doen. Het is de rode draad bij de huiswerkbegeleiding die ik geef. Zo houd ik hele kleine zingevingsgesprekjes met de scholieren. Die gesprekjes zijn klein in onderwerp en in tijd, maar groots in impact.”
“Daar staat een leuk, jong mens”
Door die betekenis gevende gesprekjes helpt Ellen de scholieren die bij de huiswerkbegeleiding aan haar toevertrouwd zijn als mens te groeien. “Niet alleen goede cijfers en een diploma zijn belangrijk, ik wil ook dat er aan het einde van de rit een authentieker mens staat. Dat je kunt zeggen: ‘Ja, dat is een leuke jongeman of -vrouw.’ Dat zie ik echt als mijn missie.” Daar haalt Ellen ook haar plezier uit. Ze noemt het zelfs haar levensmissie. Het gesprek dat ze aangaat met anderen is een vehikel om mensen te laten nadenken: ‘is dit wat ik wil in mijn leven of ga ik iets anders doen?’ “Goethe zei: ‘Als je mensen neemt zoals ze zijn, maak je ze slechter, als je mensen neemt zoals ze kúnnen zijn, dan maak je ze beter.’ Dat is een motto waar ik naar leef. Ik zie het licht dat mensen uitstralen, hoe klein ook en ik probeer dat helderder te maken.”
Naast alleen kennis overdragen, wil Ellen ook graag betekenis geven aan de leerstof. Eén van haar scholieren moest over de werking van de bloedsomloop leren. Hij vond het lastig om alle aderen uit elkaar te houden en de functies van de hartkamers te onderscheiden. “Door hem te vragen of hij iemand kende die een hartinfarct had gehad, kon ik het huiswerk extra betekenis voor hem geven. Hij snapte de werking van de bloedsomloop en door het persoonlijke verhaal erachter, de opa van de scholier was aan een hartinfarct overleden, kon hij zich indenken hoe hij het risico op een hartinfarct kon beperken.”
Hoe vertel je een onvoldoende?
Ellen heeft één keer per kwartaal een voortgangsgesprek met de scholier en zijn ouder(s) of verzorger(s). Samen met de betrokken scholier bespreekt Ellen van te voren het kwartaalverslag dat zij schrijft. In het verslag staat hoe de leerling het afgelopen kwartaal heeft gewerkt, wat er verbeterd is en wat er nog verbeterd kan worden. Ellen wil dat de scholier weet wat er gezegd gaat worden en ze vraagt wat de scholier ervan denkt. Mocht er een probleem uitkomen, dan bedenken ze eerst samen een oplossing, voordat ze deze presenteren aan de ouders. Zo leert Ellen dat de scholier zelf verantwoordelijkheid heeft en hoe hij daarmee om kan gaan.
Zo schudt ze het geweten van de scholier wakker: laatst ontstond er een gesprek tussen enkele scholieren over hoe je vertelt dat je een onvoldoende hebt gehaald. Eén scholier had een onvoldoende gehaald, maar dit nog niet verteld aan zijn ouders. “Ik legde uit dat ik geen toneel wilde spelen en dat de leerling het toch moest vertellen. Aan tafel ontstond een gesprek met de andere scholieren over hoe je het beste een slecht cijfer aan je ouders kon vertellen. Vlak voor het gesprek heeft de scholier het toch verteld. De reactie van de ouders viel uiteindelijk wel mee. En ik hoefde niet te doen alsof ik het cijfer niet wist.”

